Wat een laadplein is, wanneer meerdere laadpunten op één netaansluiting slimmer zijn dan losse palen en wat slim laden precies verdeelt.
Eén netaansluiting, meerdere laadpunten
Een laadplein is een groep laadpunten die samen op één netaansluiting zit, aangestuurd door een systeem dat de beschikbare stroom slim over de aangesloten auto's verdeelt. Dat klinkt technisch, maar het lost een heel praktisch probleem op. Wie tien losse laadpalen zou plaatsen, heeft tien keer een fors aangelegde aansluiting nodig, of één zeer zware. Met een laadplein deel je de capaciteit, en dat scheelt aanzienlijk in aanlegkosten en in de wachttijd bij de netbeheerder. Juist nu het stroomnet op veel plekken vol zit, is dat delen vaak het verschil tussen wel of niet kunnen uitbreiden.
Slim laden verdeelt de beschikbare stroom
Het slimme systeem achter een laadplein werkt als een verkeersregelaar. Staan er twee auto's aangesloten, dan krijgen die allebei veel vermogen. Komen er zes bij, dan verdeelt het systeem dezelfde totale capaciteit over acht auto's, en laadt iedereen wat langzamer. Omdat auto's op zo'n plein doorgaans uren staan, merkt vrijwel niemand daar iets van. De auto die om acht uur wordt aangesloten en om zes uur weer vertrekt, is vrijwel altijd gewoon vol. Geavanceerdere systemen kijken bovendien naar wie het eerst weg moet of wie de leegste accu heeft, en geven die auto's voorrang.
Wanneer is een laadplein logisch
De vuistregel is eenvoudig. Zodra er op één locatie drie of meer laadpunten nodig zijn, of dat in de nabije toekomst te verwachten is, loont het om naar een laadplein te kijken in plaats van naar losse palen. In de praktijk zijn er twee grote doelgroepen. De eerste is de vve met een gezamenlijke parkeergarage of parkeerterrein, waar de ene na de andere bewoner elektrisch gaat rijden. Losse punten die elk op de eigen meter van een appartement worden aangesloten, leiden daar tot een wirwar van kabels en tot een gezamenlijke installatie die op enig moment vol zit. Hoe een vve dit proces aanpakt, inclusief de besluitvorming in de vergadering, staat bij laadpaal en vve. De tweede doelgroep is het bedrijf dat personeel of bezoekers wil laten laden. Voor de fiscale kant van laden via de werkgever, inclusief de vergoeding van thuis geladen stroom, verwijzen we naar laadpaal zakelijk.
Wat kost een laadplein
Voor een vve geldt als indicatie ongeveer €2.000 exclusief btw per laadpunt, plus de kosten van de gezamenlijke infrastructuur zoals bekabeling, de verdeelinrichting en het slimme laadsysteem, peildatum augustus 2026. Voor een klein bedrijfsplein met acht laadpunten moet je rekenen op €15.000 tot €25.000 inclusief installatie, peildatum augustus 2026. Dat lijkt fors, maar per laadpunt is het doorgaans goedkoper dan dezelfde punten los aanleggen, en de vermeden netverzwaring is daarbij nog niet eens meegeteld. Bedrijven kunnen de investering bovendien drukken met de SPRILA-regeling en vve's met de SVVE, waarover meer op de pagina laadpaal subsidie.
Zo begin je aan de rekensom
De grootste valkuil bij laadpleinen is te klein denken. Wie nu twee punten aanlegt zonder rekening te houden met groei, betaalt over drie jaar opnieuw voor graafwerk en aanpassingen. Leg de infrastructuur dus in één keer aan voor het aantal punten dat er over vijf tot tien jaar nodig is, en plaats de laadpunten zelf in fases. Wil je gevoel krijgen voor de bedragen en de terugverdientijd van zo'n gezamenlijke investering, dan helpt de voorbeeldberekening om de kosten en besparingen van laden op eigen terrein tegenover openbaar laden te zetten. Met die cijfers in de hand wordt het gesprek in de vergaderzaal of de directiekamer een stuk concreter.